Als ik chagrijnig over straat loop, gebeuren er opvallend vaak dingen waar ik nóg chagrijniger van word: zo’n knar die zichzelf veel te leuk vindt en zegt ‘hij wordt niet groener hoor mevrouwtje!’ als je voor het stoplicht staat, een auto die op een meter afstand keihard door een plas rijdt of voordringende passagiers. Misschien is het subjectief, dat je op zo’n moment gevoeliger bent voor negativiteit. Maar toch…als ik goed gemutst over straat slenter, lijkt het juist weer garant te staan voor leuke mensen op mijn pad.

En dan zijn er nog de gezegdes die dit fenomeen onderstrepen: ‘wie goed doet, wie goed ontmoet’ of ‘zorgen zijn nagels aan onze doodskist, maar elke glimlach haalt er één uit’. Lijkt misschien omapraat, maar vergis je niet in de wijsheid van deze gezegdes. Het kan toch geen toeval zijn dat ze bijna overal ter wereld voorkomen, weliswaar in een ander jasje, maar de strekking van de boodschap blijft hetzelfde: you get what you give en neem het leven niet te serieus.

69a645c1c92cd70866f72a54c8506b5dNu sprong ik vandaag niet bepaald happy a la Pharrel Williams mijn bed uit (geloof het of niet, maar ik ben nog steeds aan het herstellen van Ameland), maar in de geest van bovenstaand verhaal heb ik toch mensen op straat bewust aangekeken en naar ze geglimlacht, hier en daar afgewisseld met een vriendelijke knikje naar ouderen. Want dat is geloof ik de nonverbale straatgroet van deze generatie. En het werkt echt. Mensen lachen terug, en je dat maakt jezelf weer meer happyyyyyyy.

Op een gegeven moment kreeg ik dit plaatje van een vriendin doorgestuurd. Ik ken -m al, maar ik blijf erom lachen, wat ik dus deed. Ik keek op en mijn blik kruiste toevallig die van een meisje in de trein die een broodje aan het eten was en met volle mond terug begon te grijnzen. Absoluut hoogtepunt van dit heldendaadje.

[youtube id=”https://www.youtube.com/watch?v=DL7-CKirWZE” width=”600″ height=”350″]